GEERT GOEMAN
Immer verwondering!
Jelle van der Meulen
WOORDEN IN DE WIND
Groningen: Gopher Publishers 2000, 66 pp.,
€ 10,-
Gedichten geschreven
in vrije versvorm met veelzeggende metaforen en beeldspraak, dat is de manier
van werken van Jelle van der Meulen. Qua vorm, stijl en taal kan het genre rijmloos
parlando genoemd worden. Zelden wat (onvrijwillig ingeslopen) binnenrijm en
een enkele keer een mespuntje eindrijm. Geen barok of maniërisme, maar een gezellige
sfeerschepping met uiterst eenvoudige woorden. Het is duidelijk dat Van der
Meulen verschillende stijlmiddelen kent, maar niet altijd gebruikt, wat kan
en mag. De rode draad die door de vijf cycli loopt is verwondering en woorden
in de wind. De dichter vraagt zich af waarom mensen zus of zo handelen, terwijl
ze perfect beseffen dat ze totaal fout zitten. De verzen zijn doorleefd, rijp
en hebben tijd gehad om te gisten en herhaaldelijk wat bijgeschaafd te worden,
alvorens ze op geduldig papier vastgelegd werden. Van der Meulen schreef ze
in de periode 1993-1999. De auteur, geboren in 1951, is leraar Nederlands. Een
man die enorm veel van zijn werk houdt, wat blijkt uit verschillende verzen
zoals
Aan het IJsselmeer
dit komt niet vaak voor
de wind gaat zo stil liggen
dat tussen mij en de boot
een schoolplein ligt na vieren (p.
16).
In Vroege lenteochtend berust de auteur - samen
met André Malraux - in La condition humaine. Het kleine, menselijke drama,
steeds op weg naar de dood wordt aanvaard.
Nog één keer in de vroege ochtend
staan de wit berijpte bomen
te schitteren als jonge meiden
als de zon koper wordt en daarna
met goud de basten reinigt
en de rimpels zichtbaar maakt (p. 43).
Een heel aparte cyclus, Stemmen uit Zimbabwe,
vormen de zes laatste gedichten die bij de auteur, na een bezoek aan het land,
een adembenemende indruk van verwondering nalaten. Oprechte gevoelens van respect
voor de autochtone bevolking en de aloude cultuur is de sfeer die weergegeven
wordt in deze laatste periode. Weeral woorden in de wind… Naar de Ambuya,
Shona voor grootmoeder - hier titel van een gedicht -, traditioneel de wijze
vrouw die ooit gezag had, wordt niet meer geluisterd.
De wijze oude vrouw zwijgt
er wordt niet meer geluisterd
kinderen lachen haar uit
spreken met hoge stemmen
haar tegen en slaan adviezen
in de wind (p. 59).
Met cynisme geeft Van der Meulen blijk van zijn persoonlijke
visie op Cecil John Rhodes via een prachtig gedicht dat misschien wat te hermetisch
is (Rhodesië, sinds 1980 onafhankelijk Zimbabwe). Van een dichter wordt niet
verwacht dat hij gebruik maakt van een notenapparaat met allerhande verklaringen,
toelichtingen en mogelijke interpretaties, wat Van der Meulen uiteraard ook
niet doet. Voor wie het vatten kan is het een mooie schets over geroofde
grond. Dit alles in het gedicht Hagedis met in de eerste strofe een
nochtans duidelijke verwijzing naar de man die op koloniaal-imperialistische
wijze fortuin maakte op de diamantvelden van Kimberley. In 1888 richtte hij
de De Beers Consolidated Mines Company op en was aandeelhouder in de goudmijnen
van Johannesburg.
Schitterender dan diamanten
geeft hij het graf van Rhodes
veel meer glans en kleur
dan nodig is om nauwelijks latente haat
het zwijgen op te leggen (p. 63).
De titels van de gedichten zijn soms een beetje storend
en zelfs overbodig. Gesteld dat de verzen voor zich spreken, wat hier duidelijk
het geval is, hoeft een titel niet. De auteur dwingt - uiteraard ongewild -
een bepaalde interpretatie op, terwijl de lezer vrij moet zijn om te oordelen.
Van een geoefend poëzielezer mag verwacht worden dat hij zelf wel snapt waar
het om gaat. Immers, de sfeer van een gedicht is nooit samen te vatten, noch
weer te geven door middel van een paar woorden.
Werkelijk verfrissend zijn de non-figuratieve, veelkleurige gouaches bij vier van de twaalf gedichten uit de afdeling 'Geschilderd gedicht', van de hand van Brigitte Duin, levensgezel van Van der Meulen. Ook de illustratie op de cover is van haar hand. Een prima verzorgd werkje.
De bundel is via Internet bestellen bij de uitgever of via bol.com.