Bertus Aafjes

Bertus Aafjes – De laatste brief

De wereld scheen vol lichtere geluiden
en een soldaat sliep op zijn overjas.
Hij droomde lachend dat het vrede was
omdat er in zijn droom een klok ging luiden.

Er viel een vogel die geen vogel was
niet ver van hem tussen de warme kruiden.
En hij werd niet meer wakker want het gras
werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.

Het regende en woei. Toen herbegon
achter de grijze lijn der horizon
het bulderen – goedmoedig- der kanonnen.

Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef,
bevrijdde zich het laatste wat hij schreef:
liefste de oorlog is nog niet begonnen.

(uit: Het gevecht met de muze. Verzamelde gedichten, Amsterdam, Meulenhoff, 1974; oorspr. uit Het gevecht met de muze, 1940)

Bertus (Lambertus Jacobus Johannes) Aafjes (1914 -1993) – schrijver en dichter

Bertus Aafjes begon aan een priesteropleiding, studeerde een tijdje archeologie in Rome en wijdde zich daarna aan literair en journalistiek werk. Hij debuteerde in 1940 als dichter met Het gevecht met de muze. In een jaar werden er 30.000 exemplaren van verkocht. Aafjes reisde veel en had veel succes met zijn journalistieke reisbeschrijvingen. In 1946 schreef hij Een voetreis naar Rome, een romantisch-poëtisch reisverslag.

Zijn poëzie wordt gekenschetst als romantisch, virtuoos maar ook natuurlijk en eenvoudig. In het werk van Aafjes staat de mens centraal. In zijn eerste werken zien we de zoekende mens, zoekend naar de plek van de godsdienst in zijn leven en zoekend naar de liefde. In 1953 verscheen De karavaan, voorlopig zijn laatste dichtbundel, omdat het literaire klimaat onder invloed van de Vijftigers inmiddels erg was veranderd en Aafjes zich daartegen hevig verzette, wat tot een conflict leidde.

Hierna legde hij zich toe op reisbeschrijvingen, voornamelijk van het Middellandse Zeegebied. Onder andere schreef hij Capriccio Italiano, een autobiografisch verslag geschreven tijdens zijn korte archeologische studie in Rome, en Goden en Eilanden. Hierin wordt een reis door Griekenland beschreven aan de hand van Homerus’ Odyssee. In 1980 verscheen toch nog een dichtbundel van zijn hand, Deus sive natura, met erotische poëzie.

Het gedicht ‘De laatste brief’ van Bertus Aafjes

bertus aafjes laatste brief‘liefste, de oorlog is nog niet begonnen’. Je zou verwachten dat dit het begin is van een briefwisseling tussen de ik en zijn geliefde, maar helaas. Voordat hij deze brief heeft kunnen versturen, barst het geweld los. De ik-persoon heeft zelf niet eens geweten dat de oorlog begon, want hij hoort alleen maar klokgelui. Zonder dat hij het merkt, wordt hij waarschijnlijk één van de eerste slachtoffers van deze oorlog.

Bertus Aafjes heeft in dit gedicht een aantal vormen van beeldspraak gebruikt. Zo heeft hij het bijvoorbeeld over ‘een vogel die geen vogel was’.

Het gedicht is een sonnet. Dat herken je aan de veertien regels: twee kwatrijnen (strofen van vier regels) en twee terzetten (strofen van drie regels). Na de tweede strofe is er een wending: Het regende en woei. Daarmee begint de oorlog. Voor de ik-persoon is het al te laat. Maar zijn laatste brief zal niet ongelezen blijven…

Bertus Aafjes zelf over het gedicht:

Net vóór de oorlog kwam ik uit Italië weer terug naar Nederland. Ik kwam uit de gevangenis, wegens belediging van het fascisme in Italië (…). Je kon natuurlijk toen thuis niet zeggen: ik heb in de gevangenis gezeten maar wat later was dat een erezaak, je had in de gevangenis gezeten omdat je een dictatuur beledigd had. Ik kreeg de laatste trein, ik herinner me nog hoe ik zigzagde langs de Franse frontlinies: ik reisde met de treinen die de soldaten naar het front brachten en als die leeg teruggingen kon ik mee.

Dat ging op een heel krankzinnige manier. Ik herinner me dat ik de nacht doorgebracht heb op het station in Parijs. De soldaten lagen daar op mekaar te slapen, het was een totaal moedeloos gezicht. Ik kocht een krant en daar stond een heel verhaal in, er was een schot gelost en de zoon van Charles Péguy was, geloof ik, getroffen. Péguy zelf was in de eerste oorlog mirakuleus gered van de kogel, doordat die op de medaille van zijn schapulier was afgeschampt. In alle kranten van de wereld stond nog: er wordt niet gevochten, de Duitse en Franse soldaten voetballen met mekaar op die Maginotlinie. Maar daar vernam ik dus dat er een was gevallen. Daar heb ik dan het gedicht ‘De laatste brief’ geschreven over de soldaat die slaapt, want de oorlog is nog niet begonnen. Men denkt dat hij slaapt maar hij is getroffen door een kogel en uit zijn jas steekt een brief aan de liefste: ‘Liefste, de oorlog is nog niet begonnen’. Maar hij was begonnen, hij was op een verschrikkelijke manier begonnen.

(van dbnl)