H. Marsman

Hendrik Marsman (1899-1940) was in 1918 door een langdurige longontsteking aan het bed gekluisterd. Toen ontstond poëzie die voor het eerst zijn eigen, onvervreemdbaar accent droeg, al is er duidelijk de invloed in op te merken van Herman van den Bergh, de belangrijkste expressionist van het avant-garde tijdschrift Het Getij.

Tijdens een reis in de zomer van 1921 naar Berlijn kwam hij zeer sterk onder de indruk van expressionistische schilders als Franz Marc en dichters als Heym, Trakl en Stramm. In 1923 verscheen zijn eerste bundel Verzen, naar de kleur van het omslag weldra bekend als ‘het rode boekje’.

Vanaf ongeveer 1926 vangt een tweede fase in zijn dichterschap aan, waarin een sterke gepreoccupeerdheid met de dood, nu eens gevreesd, dan weer verlangd, op de voorgrond treedt. Voordien was dit probleem nooit afwezig in zijn poëzie, maar het werd verhuld door ‘vitalistische’ elementen. In het najaar van 1933 besloot hij met zijn vrouw een buitenlandse reis te maken die van beslissende betekenis is geweest voor zijn verdere evolutie. In Spanje, Noord-Afrika en Italië trof hij een sfeer waarin hij zich wist te bevrijden van wat hem in Nederland gehinderd had: bekrompenheid, het calvinisme met zijn zondebesef en zijn persoonlijke doodsproblematiek.

In 1936 verliet hij Nederland voorgoed. Tot het voorjaar van 1937 woonde hij te Brussel om daarna op verschillende plaatsen in de Zwitserse en Franse Alpen verblijf te gaan houden, mede met het oog op zijn immer zwakke gezondheid. Ten slotte vestigde hij zich in St. Romain (Côte d’ Or). Daar werd hij opgeschrikt door de Duitse inval, die hem en zijn vrouw ertoe bracht via Bordeaux naar Engeland te vluchten. Het schip waarop hij zich bevond werd in de nacht van 20 op 21 juni 1940 door een Duitse duikboot getorpedeerd, waarbij alle opvarenden verdronken, behalve mevrouw Marsman.

Herinnering aan Holland

Paradise regained
Herinnering aan Holland

H. Marsman – Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een groots verband.
De lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.
uit: Verzamelde gedichten, 12e dr, Amsterdam, E.M. Querido’s Uitgeverij, 1971

Het gedicht ‘Herinnering aan Holland’

Dit gedicht werd in 1999 gekozen tot Gedicht van de eeuw. Arie Verhagen schreef in 1995 een uitgebreid artikel met een nogal taalkundige analyse van ‘Herinnering aan Holland’. Onder de titel ‘Denkend aan Marsman‘ schreef Fabian R.W. Stolk een reactie op dit artikel. Daarin vergelijkt hij onder andere dit gedicht met een ander gedicht van Marsman dat de titel ‘Herinnering aan Holland’ draagt.

Paradise regained

H. Marsman – ‘Paradise regained’

De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van den morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.

zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van ’t water
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgloos zingt langs het eeuwige water

een held’re, verruk’lijk-meeslepende wijs:

‘het schip van den wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar ’t Paradijs’.

uit: Verzamelde gedichten, 12e dr, Amsterdam, E.M. Querido’s Uitgeverij, 1971; oorspr. uit Paradise regained 1927

Het gedicht ‘Paradise regained’

Dit gedicht staat in de Verzamelde gedichten in de zesde afdeling van de ‘Eerste periode [1919 – 1926]’. De zinsnede ‘blauwe bergen van de morgen’ is een van de expressionistische kenmerken die in het gedicht te ontdekken zijn.

Een gedegen analyse van het gedicht is te vinden op Meander Klassiekers.