Jan Kal

Jan Kal (1946) schrijft overwegend sonnetten, waarin hij vaak autobiografische feiten verwerkt met vleugjes humor en weemoedigheid. Hij groeide op in Haarlem en verhuisde naar Amsterdam voor een studie geneeskunde.

Kal was een van de dichters die verantwoordelijk waren voor de herwaardering van het sonnet in de jaren zeventig. Zijn debuut Fietsen op de Mont-Ventokalux (1974) bevat uitsluitend sonnetten. Hij kan van weinig poëzie maken in een eigen spontane, weemoedige toon, met een perfecte mix van humor en ernst. Kals verzamelbundel 1000 sonnetten 1966-1996 verscheen naar aanleiding van zijn vijftigste verjaardag.

Ter gelegenheid van zijn 60e verjaardag publiceerde Kal in 2007 Hun zeggen, een bundel met 60 gedichten. Deze bundel opent met ‘Cruijff 50′, een van zijn bekendste sonnetten.

Jan Kal schrijft over de grote thema’s als de liefde en de dood. Daarbij betrekt hij ook motieven als cafébezoek, chronische geldgebrek en telkens wisselende woonlocaties. Ook sporthelden zijn onderwerp van zijn poëzie.

Jan Kal – Mont Ventoux

Jan Kal – Mont Ventoux

Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson toen is overleden,
Onder zo tragische omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.

Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend;
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer gij begint.

Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van wind.

uit: Fietsen op de Mont Ventoux, 4e, uitgebreide dr. 1979; oorspr. 1974)

Het gedicht ‘Fietsen op de Mont Ventoux’

Een bespreking door Joop Leibbrand van dit sonnet staat op klassiekegedichten.net.