Remco Campert

Remco Campert (1929) is dichter, columnist en auteur van veelgelezen romans als Het leven is vurrukulluk en Tjeempie. Hij maakte deel uit van de literaire stroming de Vijftigers. In 1976 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor zijn poëzie.

Hoed en de Rand zette drie gedichten van Campert op muziek: ‘Januari 1943‘, ‘Niet te geloven‘ en ‘Op de Overtoom‘.

Remco Campert – Januari 1943

    voor Joekie Broedelet

Ik liep over het karrespoor
op een krakende winterdag

mijn moeder kwam me tegemoet
figuurtje in de verte

de nacht ervoor droomde ik
dat ik een scheepje zeilen deed

mijn hand streelde het kroos
in de blikkerende sloot

het scheepje zeilde naar de overkant
en raakte klem in het oevergras

ik keek op en zag mijn vader staan
hij stak zijn arm door prikkeldraad

hij keek me smekend aan
mijn vader vroeg aan mij om brood

Op die landweg, moeder
hield je me minuten vast

je ogen waren rood
je jas die rook naar stad

de Duitser had per kaart gemeld
mijn vader hij was dood

in Neuengamme, bitter oord
daar hadden ze hem vermoord

Ik voelde niets
maar wist dat ik iets voelen moest

keek langs mijn moeders mouw
naar het lokkend bos

pas toen het kon vertelde ik honderduit
over wat me werkelijk bezighield

de strik die ik had gezet
voor het konijnehol

de hut die ik aan het bouwen was
in de boom die niemand kende

eerst later voelde ik pijn
die niet meer overging

die nog mijn lijf doortrekt
nu ik dit schrijf

lang geleden, toch dichtbij
de tijd duurt één mens lang

uit: Scènes in Hotel Morandi, Amsterdam, Uitgeverij De Bezige Bij, 1983

Het gedicht ‘Januari 1943’ van Remco Campert

Campert was tien toen de oorlog uitbrak. Zijn moeder, Joekie Broedelet, had hem van tevoren gewaarschuwd voor de bombardementen die mogelijk zouden komen. Toen het eenmaal zover was, stond hij ’s nachts naast haar bed: ‘Mam, ik vind er niks an.’

In 1941 verhuisden moeder en zoon naar Amsterdam. Een jaar later werd hij ondergebracht bij de familie Moody in Epe. Daar, op de Veluwe, drukte de oorlog nauwelijks op zijn bestaan. Hij speelde buiten, bouwde hutten, bokste partijtjes tegen andere kinderen uit het onderduikgezin. En hij lás er veel; Kees de Jongen en vooroorlogse nummers van Life en De Lach. In diezelfde periode werd zijn vader Jan Campert gearresteerd wegens verzetswerk en afgevoerd naar concentratiekamp Neuengamme. Daar stierf hij, in januari 1943. Vanaf dat moment was Remco zoon van een held.

Na de oorlog werd het gedicht dat Jan Campert voor een illegale rijmprent maakte, De achttien dooden, bij talloze herdenkingen voorgelezen. En elke keer weer werd Remco gevraagd of hij niet tróts op zijn vader was. ‘Andere mensen dwongen mij te erkennen dat het mijn vader was,’ zei Campert daar in 1999 in Vrij Nederland over. ‘Maar ik heb nooit geweten hoe zoons zich tegenover hun vader vóélen. Voor mij was het een vreemde die toevallig óók de naam Campert droeg.’ Het waren niet de minsten die hem met zijn vader confronteerden. ‘Zo, dus u gaat in de voetsporen van uw vader treden?’ informeerde koningin Wilhelmina welwillend, toen de jonge Campert net zijn eerste gedichten had gepubliceerd. ‘Ik hoop het niet, mevrouw.’

In september 1945 keerde Campert van de Veluwe terug naar Amsterdam. Kort daarna maakte hij zijn schrijversdebuut in het schoolblad Halo.

Hoe persoonlijk het werk van Campert ook is, het lukte hem heel lang niet om zijn eigen vader in woorden te vangen. ‘Terwijl hij wel een heel grote rol speelt in Remco’s leven,’ weet Jeroen Henneman. Gedragen vertelt Henneman over een ontmoeting met Campert, ergens begin jaren tachtig. Ze kwamen elkaar ’s middags tegen op straat en besloten een kop koffie te gaan drinken in café De Pels. ‘We kregen een heel persoonlijk gesprek, over onze beide vaders. Remco vertelde hoezeer het hem dwars zat dat hij nooit een gedicht over zijn vader had kunnen maken. Opeens ging achter de bar de telefoon. “Jeroen, het is voor jou”, zei de barman. Ik dacht, dat kan nooit. Niemand weet dat ik hier ben. Het was mijn zus. Ze had de hele stad afgebeld om me te vinden. Mijn vader was gestorven. Ik liep verdoofd terug naar Remco, vertelde hem wat ik net gehoord had. Hij was bijna net zo verbijsterd als ik.’ Henneman vertrok vervolgens naar Italië, waar zijn vader woonde, om de begrafenis te regelen. ‘En toen ik na een week terugkwam,’ vervolgt hij, zichtbaar aangedaan, ‘lag er een envelop op de deurmat. Daarin zat dat prachtige gedicht van Remco, over zijn vader. Dat…dat was iets ongelofelijks.’ (bron)

Remco Campert – Niet te geloven

Niet te geloven
dat ik knaap nog
een vers schreef over de
zilverwitheid van een berkestam

en om mij heen
grootse dronkenschap
van de bevrijding:
het water was whisky geworden.

Alles zoop en naaide,
heel Europa was een groot matras
en de hemel het plafond
van een derderangshotel.

En ik bedeesde jongeling
moest nodig
de reine berk bezingen
en zijn bescheiden bladerpracht.
uit: Dit gebeurde overal, 1962

Het gedicht ‘Niet te geloven’ van Remco Campert

In de jaren ’60 een controversieel gedicht dankzij de zin alles zoop en naaide. De AVRO weigerde een programma (Literaire ontmoetingen) over Remco Campert uit te zenden vanwege het gedicht ‘Niet te geloven’ vanwege dat ‘zoop en naaide’. Enkele kranten drukten daarna de tekst integraal af en de bundel was vervolgens binnen de kortste keren uitverkocht. Ed Hoornik gaf uit protest de opdracht om een tv-spel te schrijven aan de AVRO terug. De VARA begon een vergelijkbaar programma (Spreken met schrijvers). Hier werd op 19 januari 1965 door Remco het gedicht ‘Niet te geloven’ wél voorgedragen.

Remco Campert – Op de Overtoom

Het dooit op de Overtoom
maar het vriest ook alweer op
melden mijn voeten
die mijn dag verlopen

ik blijf dicht bij huis
steeds dichter
dat is mijn leeftijd

wolken worden zwaarder van onkleur
de geur van gisteren
hangt nog aan me

ik at met mijn vriend
we braken het brood
en deelden de doden

we zijn al bijna uit zicht
wij lachen nog
wat moet je anders?

omhelzen elkaar ten afscheid
misschien je weet maar nooit

uit: Nieuwe herinneringen, 2007

Het gedicht ‘Op de Overtoom’  van Remco Campert

Het gedicht ‘Op de Overtoom’, voorgelezen door Remco Campert en geanalyseerd door Kees Fens is hier op YouTube te vinden.