Willem Adriaansz

Willem Adriaansz – “Lage landen”-copla’s

Mijn land is niet meer dan een folder
– daar komt het tenminste op neer.
Maar tussen Kruiningen en Perkpolder
herzie ik mijn mening weer.

Wanneer ik loop langs de kustlijn,
uitkijkend over de zee,
dan wil ik me dit bewust zijn:
ik ga met geen schipper mee.

Een schip klieft de wildste baren
en menigmaal komt het in nood.
Veel prettiger is het te varen
op het pontje bij Akersloot.

Van verre jagen de wolken
eindeloos over het wad.
En achter de Noordzee-kolken
ligt laagland in dijken gevat.

Als de stormwind komt uit het westen
en striemend raast op het strand,
dan kruien de welvaartsresten
van Texel tot Cadzand.

Maar het graan torst zware halmen
onder de zomerzon;
van Emmeloord tot Swalmen
dezelfde warmtebron.

Een man die in zijn leven
planmatig zijn tijd vermorst,
die zal het toe moeten geven:
wat overblijft is zijn dorst.

En dorst is een lastig gegeven,
want dorst les je niet in de kerk…
Maar een dorstend man komt tot leven
Als de zon schijnt hoog in het zwerk.

Kom laten we vrolijk wezen
van Dokkum tot aan Nice
en niet teveel copla’s lezen,
want daarvan word je mies

Het leven heeft me verwonderd;
verwachten deed ik niets.
Zo haal ik misschien wel de honderd,
dat is dan tenminste nog iets.

uit: Tobberijen en tierelantijnen, Castricum, Uitgeverij ’t Uilskuiken, 2004. Oorspronkelijk in: Daar word ik Gallisch van, Castricum, Uitgeverij ’t Uilskuiken, 1996)

Willem Adriaansz

Willem (Pim) Adriaansz werd geboren in 1924 in Amsterdam en woonde lange tijd in Castricum waar hij op 29 november 2016 overleed. Hij was erelid van de Amsterdamse voetbalclub AFC en schreef een mensenleven lang regelmatig in ‘De Schakel’, het gerenommeerde clubblad van AFC. Hij is ook jarenlang voorzitter geweest van de Amsterdamse honkbalclub Quick. Aan het einde van zijn werkzame leven in het bank- en verzekeringswezen kwam de dichter in hem naar boven. In 1986 verscheen de bundel Een handvol vriendschap.

Zijn poëzie is zeer gevarieerd, van klassieke sonnetten tot onberijmde poëzie en heeft vaak een licht humoristische toon. Na een cursus boekbinden gevolgd te hebben richtte hij op een gegeven moment zijn eigen schertsuitgeverij op: ’t Uilskuiken, en gaf hij zijn eigen boeken uit. Negen stuks, in oplagen van 75 tot vijfhonderd stuks, in eigen huis geschreven, gedrukt en in linnen gebonden. Hij gaf daarnaast lezingen over de Nederlandse taal en over poëzie. Tot over de grens was hij actief op poëtisch gebied. In 1994 won hij in Frankrijk op een poëziefestival de Prix Jacques Prévert, in de categorie vrije moderne poëzie, op zeventigjarige leeftijd. Daarnaast vertaalde hij een selectie van zijn eigen gedichten in het Frans, Duits en Engels.

Het gedicht ‘”Lage landen”-copla’s’ van Willem Adriaansz

De titel is in zekere zin een paradox. Een copla is in de Spaanse volkspoëzie een gedichtje van één strofe met drie tot vijf, maar meestal vier regels. De copla’s zijn vaak ook bedoeld om gezongen te worden en geven uitdrukking aan een keur van gevoelens: liefde, haat, verlangen, droefenis, vreugde. Van die copla’s heeft Adriaansz zeer Hollandse versies gemaakt. Vervolgens heeft Hoed en de Rand telkens twee van die gedichtjes aan elkaar geplakt tot een couplet.

Hoed en de Rand zingt dit gedicht graag als een soort tegenwicht voor de gedichten van Slauerhoff. Zegt Slauerhoff in diverse gedichten dat hij maar één ding wil: op zee gaan, Adriaansz lijkt dat in dit gedicht maar niks te vinden. Het pontje bij Akersloot, over het Noordhollandsch kanaal, kan er dan nog net mee door. De laatste regels zijn eind 2016 een tikje wrang geworden, al blijft het optimisme van die regels aansprekend.