Voorgeschiedenis

Hoed en de Rand is Peter van der Steen (zang/gitaar) uit Noordwijk en Jelle van der Meulen (zang/accordeon) uit Castricum. Ze zingen Nederlandstalige poëzie, luister- en drinkliedjes. De melodieën bij de gedichten maken ze zelf. Voor hun eigen liedjes zijn de inspiratiebronnen onder andere de zee en de liefde.

Veenlanden College: Peter & Jelle

Peter en Jelle kenden elkaar al enkele jaren als collega’s in het onderwijs, voordat ze samen muziek gingen maken. Jarenlang hebben ze namelijk op dezelfde school les gegeven, het Veenlanden College in Mijdrecht. Toen Peter in 1991 of 1992 vroeg of Jelle zin had een weekje mee te varen op zijn zeilschip, vroeg deze of hij zijn accordeon ook mee zou nemen. ‘Doen’, meende Peter en dat hebben zijn buren in de havens waar het duo afmeerde geweten. Vier nummers konden ze samen spelen en hoewel dat aan het eind van de vakantie uitgebreid was tot het dubbele, kregen de luisteraars wel vaak dezelfde liedjes en gedichten te horen. Maar elk jaar kwamen er nieuwe nummers bij en de beide mannen gingen zich ook echt als duo presenteren, toen nog onder de naam ‘Peter en Jelle’.

Op doorreis

In de zomervakantie van 1995 beschikte het duo over een in eigen beheer opgenomen cassettebandje ‘Op doorreis’, waar 31 liedjes en gedichten op stonden. Van dat cassettebandje verkochten ze tijdens zo’n weekje op het IJsselmeer enkele tientallen.

Peter van der Steen bleef tot aan zijn pensioen in 2008 natuurkunde geven op het Veenlanden College. Jelle van der Meulen gaf van 2000 tot 2009 Nederlands op het Jac. P. Thijsse College in Castricum en daarna 2009 tot 2016 les op het Gymnasium Felisenum in Velsen-Zuid. Tot begin 1998 traden ze op onder de naam Peter & Jelle. Tijdens de voorbereiding van hun eerste cd noemde het duo zich Hoed en de Rand.

Dominique Engers en de muzikale mannen

Op het Veenlanden College begon de samenwerking tussen Peter en Jelle, aanvankelijk in een cabaretgezelschap van leerlingen en docenten. Leerlingen gingen echter van school, Peter en Jelle bleven. Een tijdje lang speelden ze in het trio dat oud-leerlinge Dominique Engers begeleidde.

Samen met pianist Jeroen de Vries vormden Peter en Jelle enkele jaren de Muzikale Mannen, de begeleidingsgroep van cabaretière Dominique Engers. Eind 1994 nam Dominique Engers de cd Dromen met je ogen open op. Alle teksten van de liedjes zijn van Dominique Engers. De meeste composities zijn van Roel Bergsma, de voormalige pianist van de Muzikale Mannen. De muziek op de cd wordt gespeeld door Jeroen de Vries (piano en synthesizer en componist van het titelnummer), Peter van der Steen (gitaar) en Jelle van der Meulen (accordeon).

Luister naar ‘Vliegerliedje’ van Dominique Engers en de Muzikale Mannen

Luister naar ‘Vijfsterrenrestaurant’ van Dominique Engers

Luister naar ‘Liedje van later’ van Dominique Engers

Dominique Engers en de Muzikale Mannen waren voortgekomen uit het schoolcabaretgezelschap Ratjetoe van het Veenlanden College in Mijdrecht. Dominique Engers deed daar het atheneum, evenals pianist Roel Bergsma. Deze leerlingen leverden de belangrijkste teksten en muziek voor het schoolcabaret waaraan naast leerlingen ook docenten meewerkten, onder wie Peter en Jelle.

Veenlanden College Mijdrecht: Cabaret Ratjetoe

Op maandag 8 oktober 1984 barstte de viering los van de eerste lustrumweek van het Veenlanden College (VLC) in Mijdrecht met voorstellingen in dorpshuis De Meijert. Naast een zogeheten VLC-koor dat fragmenten uit Porgy and Bess zong, trad het VLC-cabaret Ratjetoe op, samengesteld uit leerlingen en docenten. De meeste teksten werden geschreven door Dominique Engers en als niet gebruik gemaakt werd van een bestaande melodie (van onder andere Robert Long) schreef Roel Bergsma de muziek.

Zoals in die tijd niet ongebruikelijk was, moest het maatschappijkritisch cabaret zijn. Het programma heette (ON)MACHT en had als motto een citaat van de schrijver Louis Paul Boon: ‘De wereld van vandaag is te ingewikkeld en te hard voor u en voor mij die een hart hebben dat ontroerd geraakt bij de dingen die onze ogen aanschouwen. En alleen zij die zich aangepast hebben om tussen de machines en de formulieren te leven, zullen het uithouden. (…) De rest, dat een hart, ogen, en wat hersenen heeft, zal vergaan in de lawine van papier, van staal-en-glas, als men niet begint te doen gelijk Boontje doet: zoeken hoe er in de wereld van vandaag weer wat menselijkheid kan gebracht worden.”

In conferences, deels geschreven door Jelle van der Meulen, ging het bijvoorbeeld om machtssituaties in de relatie ouder-kind of conrector-leerling. Dominique schreef een lied over een overleden geliefde, ontroerend mooi gezongen door Saskia Smit. Niet alles was zo zwaarwichtig: Dominique maakte ook een lied over de onmacht van een meisje dat niet veel zin heeft in de gymnastiekles. Dat nummer werd toen gezongen door lerares Frans Gerritdien Burink, maar later heeft Dominique het zelf honderden keren gezongen in haar brugklascabaretvoorstelling. Destijds werd het nummer gezongen op een melodie van Robert Long, later schreef Jelle er een andere melodie voor.

Peter van der Steen speelde gitaar, maar in het door Dominique geschreven kolderieke liedje over De Efteling, bespeelde hij de zeskantige trekzak.

Ruim een half jaar later maakte Ratjetoe haar tweede programma: OVER MACHT, speciaal gemaakt ter gelegenheid van de Amnesty-Internationaldag die op 28 mei 1985 op het Veenlanden College gehouden werd. Een maand later werd het programma in Utrecht nog eens gespeeld, voor de Amnesty International afdeling Utrecht. Ook hier veel macht- en onmachtsituaties; wiskundedocent Goof de Jong deed bijvoorbeeld een conference over een ter dood veroordeelde (“Ik zit geboeid te luisteren…”).

Begin 1985 had Jelle een accordeon gekocht en de eerste noten leren spelen. Zo kon hij in dit cabaretprogramma optreden in de rol van een tamelijk racistische accordeonist op de Albert Cuypmarkt. Hilarisch in deze voorstelling was de door Dominique geschreven dialoog in de Gouden Koets tussen Beatrix en Claus, de laatste onvergetelijk droog neergezet door Joost Rensenbrink. Peter van der Steen zong een liedje gemaakt door zijn wiskundecollega en dichter Jan Verhoef over een marinier en maakte de dromerig mooie muziek bij een liedje van Gerritdien: “De zoete tonen die namen je mee / zoals de wind in de bomen of het ruisen van de zee”.